Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte van alle nieuws en updates rond de master geneeskunde in België.

Ik ga akkoord met het privacybeleid.

“In België is zoiets ondenkbaar”, aldus François. In deel twee ontdek je hoe diagnoses op gevoel werden gesteld, hoe hij (te) veel inspraak kreeg, en dat hij eigenlijk de mascotte van zijn afdeling was.

 

Vertel eens, hoe ben je onthaald op je stageplek?

François: “Heel vriendelijk, het is een heel open bevolking. Vanaf dag één was ik geïntegreerd in mijn afdeling. Ik was er – als één van de enige Europeanen – zelfs een beetje de mascotte (lacht). De band met de Libanese studenten van andere afdelingen was top. Met de patiënten was er wel een taalbarrière, want een groot deel sprak enkel Arabisch. Uiteindelijk viel dat wel mee omdat ik samen op patiëntenbezoek ging met minstens één andere student die de taal wel sprak.”

Ik had soms iets te veel inspraak.
François

Voor je vertrok vertelde je dat je inspraak belangrijk vindt. Werd er veel naar je geluisterd?

François: “Ja, ik had soms zelfs iets te veel inspraak (lacht). Dat was natuurlijk wel leuk, maar soms dacht ik dat meer supervisie over mijn uitspraken wel goed zou zijn. Wie weet vertelde ik iets verkeerds hé. Daarom voelde het ook niet altijd als ‘echt’. In België zou ik zeker vragen aan een andere dokter om de patiënt nog eens na te kijken, ter bevestiging van wat ik denk.”

Had je de indruk dat de dokters een tweede opinie vroegen?

François: “Onvoldoende, de aanwezige dokters waren nogal op zichzelf aangewezen. Als er in België bijvoorbeeld op de oncologische afdeling een cardiologisch probleem is, dan bel je eens naar een cardioloog en vraag je om eens langs te komen voor wat meer inzicht. In Beiroet werd dat bijna niet gedaan. Af en toe kwam er eens iemand van een andere discipline langs, maar dat was eerder uitzonderlijk.”

Kon je daar zelf wat mee omgaan?

François: “Ik kon daar wel mee leven, maar het voelde niet altijd 100% juist. Iets te veel nattevingerwerk. Er is veel minder controle dan in België. Hier zouden we een RX- en CT-scan doen en een nieuwe bloedafname, in Beiroet doen ze één scan en stellen ze de behandeling voor op basis van de klinische presentatie, al zijn ze niet zeker.”

Verschil in cultuur? Vooral als het over intimiteit gaat ja.
François

Nochtans stond diagnoses stellen op basis van een klinische presentatie op jouw verlanglijstje voor de stage hé?

François: “Ik kan niet zeggen dat ik op medisch vlak super veel heb bijgeleerd. Ik heb wel iets opgestoken natuurlijk, maar ik zou meer medische zaken leren in een Belgisch ziekenhuis. Toch heb ik echt geen spijt van mijn buitenlandse stage, want op maatschappelijk en sociaal vlak heb ik wél veel bijgeleerd. En, ik heb me ook gewoon keihard geamuseerd.”

Je verwachtte dat de pathologieën erg gingen verschillen van die in België. Was dat zo?

François: “Dat klopt ergens wel, maar zoals ik al zei, zijn er veel mensen die gewoon thuisblijven met hun ziekte. Wat ik zag in Beiroet kwam redelijk goed overeen met wat ik zie in België, maar daar waren er meer acute elementen die in onze ziekenhuizen preventief zouden worden vermeden.

Wat wel hard verschilde van de ziekenhuizen hier in België, waren de religieuze en culturele verschillen. Ongeveer zestig procent is moslim en veertig procent is christen in Libanon. De christenen zijn er zeer christen. Ze dragen grote kettingen en doen veel gebedjes, wat ik stiekem wel grappig vond. De culturele verschillen zaten vooral in de intimiteit. Ik heb in een maand tijd nooit een vrouwelijke patiënt gezien die haar T-shirt heeft uitgedaan. Een auscultatie om naar hart en longen te luisteren, gebeurde bijvoorbeeld doorheen de T-shirt. Hier in België zou dat niet kunnen, wij zijn aangeleerd om altijd te objectiveren.”

Quote: “In Libanon is de dokter de grote baas die zegt hoe de patiënt zich moet voelen”

Waren er grote verschillen in de omgang met patiënten en hun diagnoses?

François: “Ja, daar schrok ik van. Er was bijvoorbeeld een man uit Irak die longkanker had. De ziekte was overal verspreid, dat was een lelijke scan en hij had nog slechts een paar maanden te leven. Toen die man langskwam, zei hij dat hij kwam voor anti-inflammatoire therapie voor zijn rugpijn. Hij was dus gewoon niet op de hoogte dat hij kanker had en niet zo lang meer te leven had. Wanneer ik dat hoorde, vroeg ik aan de andere dokter: “Hoe gaan wij dat zeggen?”, omdat ik ervanuit ging dat we dat zouden vertellen. Waarop de dokter antwoordde dat we dat niet zouden vertellen, omdat de familie dat gevraagd had. En dat gebeurde daar vaak, dat was echt crazy. Zoiets is onmogelijk in België.”

“In Beiroet wordt ook veel passiever omgegaan met de behandelingen. Bij ons hebben we het vaak over patient empowerment, wat betekent dat de patiënt deel uitmaakt van zijn behandeling en dat de kans op genezing groter is als je hem of haar mentaal meekrijgt. In Libanon is het ouderwetser. Daar is de dokter de grote baas die vertelt hoe de patiënt zich moet voelen: zegt de dokter dat het goed gaat, dan gaat het goed met hem en omgekeerd. Zo zei een dokter eens over een patiënt dat hij depressief was, terwijl die patiënt niet aan de criteria van een depressie voldeed, en toch werd een antidepressivum voorgeschreven. De diagnose werd gesteld puur op gevoel, iets wat bij ons ondenkbaar is.”

Einde van deel 2. In het laatste deel lees je alles over de voordelen van de IFMSA, over downtown gaan in de verwoeste stad en over het (zeer) rustige werktempo.